In een Cloud Native omgeving zorg je voor schaalbaarheid door applicaties te ontwerpen als microservices, te draaien in containers, en deze te beheren via orchestration platforms zoals Kubernetes. Hierdoor kun je onderdelen van je applicatie onafhankelijk van elkaar opschalen op basis van vraag. Door autoscaling in te stellen op CPU- of geheugengebruik, past je omgeving zich automatisch aan veranderende belasting aan. Gebruik ook stateless services waar mogelijk, zodat replica’s eenvoudig kunnen worden toegevoegd of verwijderd. Monitoring- en observabilitytools geven je realtime inzicht in prestaties, zodat je tijdig kunt bijsturen en kosten onder controle houdt.